Advent

Uitleg

Welke werkwoorden in de passé composé met être vervoegd worden, is lastig te onthouden. Daarvoor kun je het ezelsbruggetje ADVENT gebruiken, met steeds ook het tegenovergestelde werkwoord (dat ook être neemt):

  • Arriver ↔ Partir
  • Descendre ↔ Monter
  • Venir ↔ Aller
  • Entrer ↔ Sortir
  • Naître ↔ Mourir
  • Tomber ↔ Retourner

Het enige wat je dan nog moet onthouden zijn de wederkerende werkwoorden (zich-ww's) en Rester en Rentrer.