Uitleg
De persoonsuitgangen van het perfectum (voltooid verleden tijd) in het enkelvoud en meervoud: -i, -isti, -it, -imus, -istis, -erunt. Let op: de derde persoon enkelvoud is -it, niet -is (een veelgemaakte verwarring, ook in oudere versies van dit ezelsbruggetje).