Uitleg
Dit is een geheugensteun voor het spellen van een dubbele medeklinker bij het meervoud. Het gaat om een korte of een lange klank in het eerste deel van het woord:
- kom heeft een korte klank (ko). Bij een korte klank verdubbel je de medeklinker erna: kom → kommen.
- schuur heeft een lange klank (schuu). Bij een lange klank blijft er maar één medeklinker over: schuur → schuren.
Kort en lang werken dus precies tegenovergesteld: een korte klank krijgt er een medeklinker bij, een lange klank verliest er juist een.