Uitleg
De tafel van 9 heeft een mooi patroon: de cijfers van elke uitkomst tellen samen steeds op tot 9.
1×9=9, 2×9=18 (1+8=9), 3×9=27 (2+7=9), 4×9=36 (3+6=9), 5×9=45 (4+5=9), 6×9=54 (5+4=9), 7×9=63 (6+3=9), 8×9=72 (7+2=9), 9×9=81 (8+1=9), 10×9=90 (9+0=9).
Ook het patroon van de cijfers zelf is makkelijk te onthouden: de tientallen lopen op van 0 tot 9, en de eenheden lopen tegelijk af van 9 tot 0:
1×9 = 09 2×9 = 18 3×9 = 27 4×9 = 36 5×9 = 45 6×9 = 54 7×9 = 63 8×9 = 72 9×9 = 81 10×9 = 90
Dit hangt samen met een algemenere regel: elk getal waarvan de losse cijfers samen een veelvoud van 9 vormen, is deelbaar door 9 (zie de deelbaarheidsregels).