Maanden 30 of 31 dagen. Bal je hand tot vuist en kijk naar je knokkels

Uitleg

Met deze truc, ook wel de knokkelmethode genoemd, hoef je nooit meer te twijfelen of een maand 30 of 31 dagen heeft.

Zo doe je het:

  1. Bal je hand tot een vuist en kijk naar je knokkels.
  2. Begin bij de knokkel van je wijsvinger: dat is januari.
  3. Tel verder over de knokkels en de dalen ertussen: knokkel = 31 dagen, dal = 30 dagen (behalve februari, die heeft er 28 of 29).
  4. Ben je bij juli (de knokkel van je pink) aangekomen? Begin dan gewoon opnieuw bij de knokkel van je wijsvinger voor augustus, en tel verder.

Dus: januari (knokkel), februari (dal), maart (knokkel), april (dal), mei (knokkel), juni (dal), juli (knokkel) — en dan weer terug naar de eerste knokkel voor augustus, september (dal), oktober (knokkel), november (dal), december (knokkel).

Waarom werkt dit? Je hand heeft toevallig precies het ritme van bult-dal-bult-dal dat overeenkomt met lange en korte maanden — een handige ingebouwde kalender die je altijd bij je hebt.