Uitleg
Deze voorzetsels worden altijd gevolgd door de 3e naamval (Dativ): aus, außer, bei, mit, nach, seit, von, zu (en ook: gegenüber, entgegen).
Op het toontje van Vader Jacob: Mit, nach, bei, seit, (vader Jacob) Mit, nach, bei, seit, (vader Jacob) von, zu, aus, (Slaapt gij nog?) von, zu, aus, (Slaapt gij nog?) außer, gegenüber, (Alle klokken luiden) außer, gegenüber, (Alle klokken luiden) ent-ge-gen, (bim-bam-bom) ent-ge-gen (bim-bam-bom)
Extra: ook enkele werkwoorden nemen altijd de 3e naamval, ook zonder voorzetsel — bijvoorbeeld helfen, danken en gefallen.
Iets minder gangbaar tegenwoordig: ook nebst, samt en gemäß horen bij dit rijtje, maar worden op school niet altijd meer apart geleerd.
Alternatieven
- Schreib' mit, nach, nebst und samt, bei, seit, von, zu zuwider, entgegen, außer, aus, gemäß und gegenüber, stets mit dem Dativ nieder.
- Huis van Miet nabij de zeezijde tegenover Zulma (Aus, von, mit, nach, bei, seit, gegenüber, zu)
- Uit bij middernacht: tijd voor zoenen (aus, bei, mit, nach, seit, von, zu)
- Aus bei mit nach, Aus bei mit nach. Seit von zu, Seit von zu. Immer mit der Dativ, immer mit der Dativ. Dem, der, den, dem, der, den. (ook op de melodie van Vader Jacob)
- Zu, aus, mit, außer, nach, seit, bei, von (Zamans BV)